Wat moet ik weten aangaande mijn pensioen na ontslag?
In veel pensioenregelingen bouwt u de volgende soorten pensioenen op:
- Ouderdomspensioen;
- Pre-pensioen;
- Nabestandenpensioen;
- Arbeidsongeschikheidspensioen.
Bij een ontslag wordt over het algemeen het opgebouwde deel van het ouderdomspensioen omgezet in een aanspraak. Dit hangt af van het soort pensioenregeling. In veel gevallen zal echter het nabestaandenpensioen en het arbeidsongeschikheidspensioen niet meer gedekt zijn.
Enig soelaas voor het pensioenverlies bij ontslag kan de FVP-regeling nog enige tijd bieden (FVP staat voor: Financiering Voortzetting Pensioenverzekering). Deze regeling geldt voor werklozen die ouder zijn dan 40 jaar, gedurende de periode dat zij een loongerelateerde werkloosheidsuitkering ontvangen. Gedurende die periode kan de pensioenopbouw (tot een salaris van ten hoogste het maximumdagloon) ten laste van de Stichting FVP worden voortgezet.
Naast de voortzettingsbijdrage (voor ouderdoms- en partnerpensioen ten behoeve van de werkloze die op de eerste werkloosheidsdag 40 jaar of ouder is en die direct vóór het intreden van de werkloosheid deelnemer was in een pensioenregeling) kan uit hoofde van de regeling een eenmalige inkoopbijdrage (voor partnerpensioen ten behoeve van de nabestaande van de werkloze, mits de werkloze direct voorafgaand aan de werkloosheid deelnemer was in een pensioenregeling waarin werd voorzien in partnerpensioen) worden verstrekt. De FVP-regeling hanteert een wachttijd van 180 dagen. Bovendien heeft de Stichting aangekondigd dat slechts een beroep op de FVP-regeling gedaan kan worden door deelnemers die vóór 1 januari 2011 werkloos worden. Na die periode is een beroep op de voorzetting niet meer mogelijk, omdat de middelen van de Stichting niet toereikend zijn.De basis van de FVP-bijdrageregeling wordt gevormd door het voortzettingspercentage. Het voortzettingspercentage is een weging tussen het genoten inkomen uit hoofde van de Werkloosheidswet (WW) en het pensioengevend salaris dat de deelnemer genoot voor ontslag. Naast het voortzettingspercentage kent het FVP ook het verstrekkingspercentage. Tot op heden heeft het verstrekkingspercentage steeds 100 bedragen. Naarmate de middelen van het FVP echter minder worden, kan een lager verstrekkingspercentage worden ingevoerd.
De procedure voor het verkrijgen van een FVP-bijdrage is:
1. De werkloze doet een WW-aanvraag bij een UWV. De UWV verifieert de werkloosheidsgegevens en de persoonsgegevens.
2. De UVW meldt de aanvraag voor een WW-uitkering aan het FVP.
3. Het FVP stuurt een aanvraagformulier aan de werkloze werknemer of aan de nabestaande. Deze moet gecontroleerd en, voor zover nodig, ingevuld worden.
4. Het FVP-formulier moet binnen acht weken getekend geretourneerd worden. Gebeurt dat niet, dan vervalt het recht op bijdrageregeling.
5. Het FVP behandelt de aanvraag.
6. De FVP-bijdrage wordt rechtstreeks uitgekeerd aan de pensioenuitvoerder waar de werknemer het laatst verzekerd was.
De FVP-voortzetting wordt beëindigd:
• Als het recht op een loongerelateerde werkloosheidsuitkering vervalt;
• Bij arbeidshervatting;
• Als men in aanmerking komt voor een andere uitkering, zoals ZW, AOW en WIA;
• Als het pensioen volledig is opgebouwd;
• Als de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt;
• Bij overlijden.
Bij overlijden in de periode dat een loongerelateerde werkloosheidsuitkering wordt ontvangen, hebben nabestaanden recht op een bijdrage voor aankoop van een direct ingaand partnerpensioen (mits de laatste dienstbetrekking een pensioenregeling kende die voorzag in een partnerpensioen).
Vrijwillige voortzetting pensioen na ontslag
In de pensioen-overeenkomst kan worden afgesproken dat de deelnemer de mogelijkheid heeft de pensioenregeling na beëindiging van de arbeidsverhouding vrijwillig voort te zetten voor een periode van ten hoogste drie jaar. Dit is geregeld in art. 54 van de Pensioenwet.
De beperking tot drie jaar geldt op grond van de Pensioenwet niet ten aanzien van een individueel of collectief afgesproken regeling tussen werkgever en werknemer.
Evenmin geldt de beperking tot drie jaar voor de gewezen werknemer die na beëindiging van het dienstverband zelfstandig ondernemer (IB-ondernemer) wordt. In die situatie is, althans op grond van de Pensioenwet een vrijwillige voortzetting mogelijk gedurende een periode van tien jaar. Deze uitbreiding van de vrijwillige voortzetting geldt onmiddellijk en mag ook toegepast worden op vrijwillige voortzettingen die reeds aangevangen waren voor de inwerkingtreding van de Pensioenwet.
In het Uitvoeringsbesluit loonbelasting geldt een beperking van de vrijwillige voortzetting gedurende dan wel de periode dat een loongerelateerde uitkering wordt ontvangen dan wel een periode van ten hoogste drie jaar. Het Uitvoeringsbesluit loonbelasting is nog niet aangepast aan de termijn van tien jaar die in de Pensioenwet is genoemd voor zelfstandig ondernemers. Van de zijde van Financiën wil men eerst weten hoe deze faciliteit in de Rijksbegroting wordt gedekt, voordat tot aanpassing van het Uitvoeringsbesluit wordt overgegaan.
Oplossingen tegen pensioenverlies door ontslag
Hiervoor is aangegeven wat voor effect een ontslag heeft op de pensioenopbouw. Nu is uiteraard de vraag aan de orde op welke manier die gaten gerepareerd kunnen worden. Naast het sparen voor een ‘appeltje voor de dorst’ in box 3 zijn er met name mogelijkheden in de vorm van lijfrentepremieaftrek, deelname aan de levensloopregeling en aanvullende pensioenmodules.
• Lijfrente / banksparen
• Levensloopregeling
• Aanvulling pensioen
• In privé
• Vanuit Gouden Handdruk Stamrecht
• Niets doen
Lijfrentepremieaftrek
Er bestaat de mogelijkheid om in de derde pijler fiscaal gefacilieerd te voorzien in een aanvulling op het pensioen. De mogelijkheden tot lijfrentepremieaftrek die de Wet op de inkomstenbelasting biedt, zien er als volgt uit.
De jaarruimte
Voor belastingplichtigen die bij aanvang van het kalenderjaar jonger zijn dan 65 jaar is premieaftrek mogelijk, indien de belastingplichtige in het belastingjaar te weinig pensioen heeft opgebouwd.
De aftrek uit hoofde van de jaarruimte bedraagt 17% van de premiegrondslag. De premiegrondslag in de jaarruimte is gelijk aan het totaal van de winst uit onderneming (vóór toevoeging aan en afneming van de oudedagsreserve en vóór de ondernemersaftrek), het belastbare loon, het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden en de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen verminderd met een franchise van € 10.990 (2007). De premiegrondslag is bovendien beperkt tot een bedrag van € 150.957 (2007). Op dit bedrag (17% van de premiegrondslag) wordt bovendien nog het volgende in mindering gebracht:
• Een bedrag ter grootte van 7,5 maal de pensioenopbouw in dat jaar (factor A);
• De dotatie aan de oudedagsreserve;
• Het bedrag dat uit bedrijfsspaarregelingen is gebruikt voor een vrijwillige pensioenvoorziening.
De pensioenopbouw die bij de vaststelling van factor A in aanmerking wordt genomen, is de pensioenopbouw voor zover die opbouw aan het ene kalenderjaar is toe te rekenen. Dat wil zeggen dat backservice verhogingen niet meetellen. Evenmin telt de pensioenaangroei mee voor zover deze wordt veroorzaakt door de aanwending van gelden uit bedrijfsspaarregelingen voor een vrijwillige pensioenvoorziening.
De reserveringsruimte
Lijfrentepremieaftrek op grond van de reserveringsruimte moet het mogelijk maken pensioen-tekorten uit het verleden te repareren. De reserveringsruimte is gelijk aan het totaal van de niet benutte jaarruimtes in de afgelopen zeven jaar. De reserveringsruimte is per jaar beperkt tot een bedrag van € 6.492 (2007). Voor 55-plussers is de ruimte beperkt tot € 12.823 (2007) per jaar. Voor een aantal belastingplichtigen zal de reserveringsruimte wel soelaas bieden. Spreken we echter over een pensioenbreuk, dan blijkt de reserveringsruimte geen oplossing. Nadeel is immers dat alleen dan van de reserveringsruimte gebruik gemaakt kan worden, als in het nabije verleden ook sprake was van een jaarruimte. Die jaarruimte is echter niet aanwezig als men door omstandigheden (werkloosheid, zorgverplichtingen en dergelijke) enige tijd geen of te weinig inkomen heeft genoten. In die situatie heeft men, afgezet tegen het huidige inkomen, wel degelijk een pensioentekort, maar reparatie in de lijfrentesfeer is dan niet mogelijk. Evenmin is sprake van jaarruimte als men door wisseling van baan tegen een breuk aanloopt. De breuk vertaalt zich immers niet in een tekort uit hoofde van de jaarruimte en dus ook niet in een mogelijke reserveringsruimte.
Bestedingsruimte
De fiscale ruimte voor premieaftrek die er is, kan anno 2007 alleen aangewend worden voor een lijfrenteverzekering. Vanwege de hoge kosten en het gebrek aan transparantie ligt een initiatiefwetsvoorstel voor dat beoogt ook fiscaal gefacilieerd banksparen mogelijk te maken.
De mogelijkheid van aanwending van de fiscale ruimte via een bankrekening is aanwezig zijn vanaf het jaar 2008.
Mogelijkheden met de levensloopregeling
Sinds 1 januari 2006 kan een werknemer jaarlijks ten hoogste 12% van het loon storten in de levensloopregeling. De werknemer kan niet gelijktijdig aan de levensloopregeling en de spaarloonregeling deelnemen. Er moet dus een keuze gemaakt worden voor één van beide spaarvormen. Bedragen die aangewend worden voor de levensloopregeling zijn fiscaal aftrekbaar. Het levenslooptegoed kan aangewend worden voor de financiering van verlof. Indien dat verlof plaatsvindt voorafgaand aan de pensioendatum wordt op die wijze feitelijk een soort prepensioen gefinancierd. Over de uitkeringen uit het levenslooptegoed moet belasting worden betaald.
Het levenslooptegoed kan tevens (voor zover de pensioenregeling een mogelijkheid kent tot extra stortingen en tevens binnen de fiscale begrenzingen van pensioenopbouw wordt gebleven) doorgesluisd worden naar de pensioenregeling. Op die manier kunnen eventuele tekorten in het pensioen worden gerepareerd.
Mogelijkheden in de pensioen-sfeer
In de Wet fiscale behandeling van pensioenen wordt als uitgangspunt gehanteerd, dat iedereen bij een volledig dienstverband een pensioen moet kunnen opbouwen ter grootte van 70% van het inkomen. Dit uitgangspunt is in de regelgeving vertaald door de uiterste grenzen aan te geven bij een aantal onderdelen van de pensioenregeling.
Jaarlijks mag er aan ouderdomspensioen 2% van de pensioengrondslag opgebouwd worden in een eindloonregeling. Dit impliceert dat een werknemer bij een jaarlijks opbouwpercentage van 2, indien meer dan 35 jaar gewerkt wordt, een hoger pensioen kan bereiken dan 70% van de pensioengrondslag. In een middelloonregeling bedraagt de maximale jaarlijkse opbouw 2,25%. De opbouw in een beschikbarepremieregeling is afgeleid van bovenstaande jaarlijkse maxima. Het maximum dat aan het pensioen gesteld wordt, bedraagt 100% van de pensioengrondslag.
Indien de basispensioenregeling een jaarlijkse opbouw kent die lager is, kan in de pensioenregeling de mogelijkheid worden geboden van bijsparen. Tevens kan in de pensioenregeling de mogelijkheid worden geboden een tekort uit het verleden bij te spijkeren.
Indien bij de huidige werkgever opgebouwde pensioenen onder het maximum liggen en de werknemer via een aanvullende module het pensioen kan aanvullen tot het maximum, spreekt de fiscus van inhaal van pensioen .
Als de belastingplichtige wisselt van werkgever en elders voor een hoger salaris aan de slag kan, zal hij, als gebruik wordt gemaakt van waardeoverdracht, weliswaar niet in pensioenhoogte maar wel in voor pensioen meetellende dienstjaren er op achteruit gaan. Fiscaal gezien is het toegestaan deze carrièrebreuk in de pensioenregeling te repareren.
Inhaal ziet niet alleen op het pensioen opgebouwd in de diensttijd bij de huidige werkgever maar ook op het pensioen dat is overgedragen en op basis waarvan bij de huidige werkgever fictieve dienstjaren zijn verkregen.
Van inkoop van pensioen is sprake als het totaal bij vorige werkgevers opgebouwde pensioen onder het fiscale maximum ligt dat gegolden zou hebben als alle dienstjaren bij de huidige werkgever waren doorgebracht. De huidige werkgever kan dan de mogelijkheid van inkoop aanbieden.
Mogelijkheden in privé
U kunt ten alle tijde uw eigen vermogen bij elkaar sparen om in uw levensonderhoud te voorzien na uw pensioengerechtigde leeftijd. Gezien de maatregelen die de overheid neemt om pensioen uit te stellen is dit een reële optie.
Gouden Handdruk Stamrecht
Indien u een gouden handdruk stamrecht heeft kunt u ook van deze middelen gebruik om in uw oudedagsvoorzieningen te voorzien. Ook bij overlijden en arbeidsongeschiktheid kan er ingeteerd worden op het gouden handdruk stamrecht.
Alleen wanneer u helder inzicht heeft in uw pensioensituatie kunt u de uitkeringen vanuit uw stamrecht BV of -verzekering optimaliseren. De Financiële Planning Specialist kan u hierbij helpen.
Wilt u weten of u wel alle mogelijkheden in uw financiële situatie benut? Maak dan een afspraak met de Financiële Planning Specialist en laat geheel vrijblijvend uw persoonlijke financiële situatie beoordelen.
Ik wil mijn situatie optimaal benutten
Voor direct financieel advies:
0320 - 215 350
Nieuwsbrief