Als na ontslag geen nieuw dienstverband in het verschiet ligt, kan het pensioenverlies aanzienlijk zijn.

Enig soelaas voor het pensioenverlies bij ontslag kan de FVP-regeling nog enige tijd bieden (FVP staat voor: Financiering Voortzetting Pensioenverzekering). Deze regeling geldt voor werklozen die ouder zijn dan 40 jaar, gedurende de periode dat zij een loongerelateerde werkloosheidsuitkering ontvangen. Gedurende die periode kan de pensioenopbouw (tot een salaris van ten hoogste het maximumdagloon) ten laste van de Stichting FVP worden voortgezet.

Naast de voortzettingsbijdrage (voor ouderdoms- en partnerpensioen ten behoeve van de werkloze die op de eerste werkloosheidsdag 40 jaar of ouder is en die direct vóór het intreden van de werkloosheid deelnemer was in een pensioenregeling) kan uit hoofde van de regeling een eenmalige inkoopbijdrage (voor partnerpensioen ten behoeve van de nabestaande van de werkloze, mits de werkloze direct voorafgaand aan de werkloosheid deelnemer was in een pensioenregeling waarin werd voorzien in partnerpensioen) worden verstrekt. De FVP-regeling hanteert een wachttijd van 180 dagen. Bovendien heeft de Stichting aangekondigd dat slechts een beroep op de FVP-regeling gedaan kan worden door deelnemers die vóór 1 januari 2009 werkloos worden.

[15]

Na die periode is een beroep op de voorzetting niet meer mogelijk, omdat de middelen van de Stichting niet toereikend zijn.

De voortgezette dekking van het partnerpensioen zoals opgenomen in de Pensioenwet (zie hiervoor onder 2.1.5.) biedt enig soelaas met betrekking tot het partnerpensioen.

De basis van de FVP-bijdrageregeling wordt gevormd door het voortzettingspercentage. Het voortzettingspercentage is een weging tussen het genoten inkomen uit hoofde van de Werkloosheidswet (WW) en het pensioengevend salaris dat de deelnemer genoot voor ontslag. Naast het voortzettingspercentage kent het FVP ook het verstrekkingspercentage. Tot op heden heeft het verstrekkingspercentage steeds 100 bedragen. Naarmate de middelen van het FVP echter minder worden, kan een lager verstrekkingspercentage worden ingevoerd.

 


De

 

Bij overlijden in de periode dat een loongerelateerde werkloosheidsuitkering wordt ontvangen, hebben nabestaanden recht op een bijdrage voor aankoop van een direct ingaand partnerpensioen (mits de laatste dienstbetrekking een pensioenregeling kende die voorzag in een partnerpensioen).

 

 

In de pensioenovereenkomst kan worden afgesproken dat de deelnemer de mogelijkheid heeft de pensioenregeling na beëindiging van de arbeidsverhouding vrijwillig voort te zetten voor een periode van ten hoogste drie jaar. Dit is geregeld in art. 54 van de Pensioenwet.

De beperking tot drie jaar geldt op grond van de Pensioenwet niet ten aanzien van een individueel of collectief afgesproken regeling tussen werkgever en werknemer.

[16]

 

Evenmin geldt de beperking tot drie jaar voor de gewezen werknemer die na beëindiging van het dienstverband zelfstandig ondernemer (IB-ondernemer) wordt. In die situatie is, althans op grond van de Pensioenwet een vrijwillige voortzetting mogelijk gedurende een periode van tien jaar. Deze uitbreiding van de vrijwillige voortzetting geldt onmiddellijk en mag ook toegepast worden op vrijwillige voortzettingen die reeds aangevangen waren voor de inwerkingtreding van de Pensioenwet.

In het Uitvoeringsbesluit loonbelasting [17]

geldt een beperking van de vrijwillige voortzetting gedurende dan wel de periode dat een loongerelateerde uitkering wordt ontvangen dan wel een periode van ten hoogste drie jaar. Het Uitvoeringsbesluit loonbelasting is nog niet aangepast aan de termijn van tien jaar die in de Pensioenwet is genoemd voor zelfstandig ondernemers. Van de zijde van Financiën wil men eerst weten hoe deze faciliteit in de Rijksbegroting wordt gedekt, voordat tot aanpassing van het Uitvoeringsbesluit wordt overgegaan.

 


Fiscaal geldt als voorwaarde

[18]

 

voor de vrijwillige voortzetting dat:

De werknemer al drie jaar deelnemer was aan de pensioenregeling

De regeling ongewijzigd wordt voortgezet

Er geen cumulatie plaatsvindt met opbouw van een andere oudedagsvoorziening

De uitbreiding van de diensttijd in beginsel niet plaatsvindt in de periode van drie jaar voorafgaand aan de in de pensioenregeling vastgelegde ingangsdatum.

De premie die de ex-werknemer verschuldigd is voor de vrijwillige voortzetting kan als negatief loon opgenomen worden in de aangifte inkomstenbelasting.